Tags

, , ,

De Reggio Emilia pedagogische benadering is ontstaan in de stad Reggio Emilia in de provincie Reggio nell’ Emilia in Italië. In deze aanpak ligt de nadruk op wat kinderen wél kunnen en niet op wat kinderen niet kunnen. De Reggio Emilia werkwijze is geen onderwijsmethode maar een filosofische benadering van de ontwikkeling van het kind tot zes jaar.

Kinderen zijn creatief (c) Srsck

Kinderen zijn creatief (c) Srsck

Loris Malaguzzi

Na de Tweede Wereldoorlog waren de bewoners van Reggio Emilia ontevreden met de pedagogische tradities die al lange tijd werden toegepast in de educatie van hun kinderen. Onder leiding van de filosoof en pedagoog Loris Malaguzzi begonnen de bewoners de pedagogische- en onderwijskundige tradities te doorbreken. In 1945 was Malaguzzi als leerkracht betrokken bij de oprichting van een nieuw kindercentrum in Italië. Hij verdiepte zich in het onderwijs dat geboden werd aan jonge kinderen. Hij combineerde vervolgens zijn eigen ideeën en ervaringen samen met de bestaande pedagogische tradities en hieruit vloeide een nieuwe pedagogiek: de opvoedingsfilosofie Reggio Emilia.

Er zijn tegenwoordig in de stad Reggio Emilia zelf 33 gemeentelijke scholen die volgens dit principe werken. De scholen zijn bedoeld voor kinderen van 0 tot 6 jaar. Ze zijn onderverdeeld in twee types scholen, namelijk de “asilo nido” voor kinderen tot 3 jaar en de “scuole dell’ Infanzia” voor kinderen van 3 tot 6 jaar.

Luister naar je kind

De kerngedachte achter deze pedagogische stroming is dat elk kind vanaf de geboorte eigen persoonlijke talenten en interesses heeft en dat die gestimuleerd moeten worden. Elk kind is uit zichzelf al nieuwsgierig en creatief, dit moet gevoed worden en gemotiveerd.

Kinderen zijn nieuwsgierig (c) Srsck

Kinderen zijn nieuwsgierig (c) Srsck

Bij de Reggio Emilia benadering draait het om luisteren in plaats van vertellen. Je bestudeert het kind (luistert) en adapteert je programma aan zijn vraag en interesses. Het is een pedagogische filosofie die gezamenlijk wordt ontwikkeld door de mensen die deel uit maken van de leefomgeving van de kinderen in de praktijk: de kinderen zelf, de groepsleiding, de pedagogen en de kunstenaars. Aan iedere Reggio Emilia school is een kunstenaar en een pedagoog verbonden.

Ook al heeft de Reggio Emilia visie raakvlakken met onderwijsvormen zoals de Waldorf en het Montessori, is het op één punt wel degelijk erg verschillend: het is namelijk een flexibele visie die continu aangepast kan en moet worden. Omdat je uitgaat van het kind en je activiteiten aanpast aan het kind kan het in de praktijk op zeer verschillende manieren tot uitvoering komen.

De Reggio Emilia benadering geeft een richting aan maar schrijft geen concepten voor. Hierdoor kan men de filosofie naar eigen omstandigheden vertalen en toepassen. Dit is dan ook de grootste kracht van de Reggio Emilia benadering.

We doen het samen

Daarnaast wordt de nadruk sterk gelegd op de gemeenschap en het “samen doen”. Ouders en anderen  in de omgeving van de kinderen en de school worden nadrukkelijk betrokken worden bij de activiteiten. De Reggio Emilia visie gaat uit van het idée dat opvoeding tot stand komt in wisselwerking met zowel de omgeving als de betrokken mensen.

Er wordt gesproken van “de drie pedagogen”. De eerste zou zijn: De andere kinderen. De tweede de volwassenen. De derde de ruimte en materialen die de kinderen tot hun beschikking hebben.

Ontdekken met verschillende middelen (c) Srsck

Ontdekken met verschillende materialen (c) Srsck

Bewaar de dynamiek

In de praktijk houdt Reggio Emilia in dat de kinderen veel ruimte en vrijheid krijgen om zelf te ontdekken en zelf keuzes te maken. In plaats van de kinderen bezig te houden worden de kinderen gemotiveerd om zelf te ontdekken. De leid(ste)rs/leerkrachten hebben een observerende taak, ze kijken naar wat de kinderen bezighoudt, houden daar notities van bij en geven ze de ruimte en materialen om te kunnen ontdekken en om creatief te kunnen zijn. Aan de hand van de notities die de leid(ste)rs/leerkrachten maken worden activiteiten ingepland.

Als de kindjes bijvoorbeeld op een gegeven moment heel veel met speelgoedtreintjes spelen in de groep, dan kan er een uitstapje naar het treinstation ingelast worden. Als de kinderen vragen hebben over kippen en geiten, dan volgt er een uitstapje naar de kinderboerderij. Als de kinderen bezig  zijn met muziek, dan worden er instrumenten tevoorschijn gehaald, of nog leuker: gemaakt, en kunnen de kinderen naar hartelust deze ontdekken. Zo wordt opvoeding niet statisch maar dynamisch.

De honderd talen

Bij de Reggio Emilia benadering gaat men uit van een uniek, leergierig en creatief kind dat graag wilt communiceren, zowel met andere kinderen als met de groepsleiding. Communiceren is niet alleen een kwestie van woorden: je communiceert ook via klanken, beweging, kleuren, schilderen, etc… Dit wordt “de honderd talen” genoemd in de Reggio Emilia visie.

Kleur en vorm zijn ook "talen" (c) Srsck

Kleur en vorm zijn ook “talen” (c) Srsck

Het houdt niet in dat de de leid(ste)rs/leerkrachten de kinderen de hele tijd laten tekenen of schilderen. Juist door de vrijheid en het feit dat de kinderen zelf kunnen aangeven wat ze bezig houdt wordt de creativiteit bevorderd.

Laatst zag ik op een crèche waar deels volgens de Reggio Emilia filosofie wordt gewerkt dat ze de kinderen loodgietersbuizen hadden gegeven, van die grote plastic dingen, het was heel erg leuk om te zien wat de kinderen daar allemaal mee deden en bedachten. Ik had er zelf nooit aan gedacht om zo’n buis aan mijn kind te geven. Zo staan op diezelfde crèche wat kussens op de groep, die elke keer dat ik daar kom ergens anders voor dienen: de ene keer spelen ze er treintje mee, ze klimmen erop, ze liggen erop, of ze bouwen er een huis van. Heel leuk om te zien hoe inspirerend voor de kinderen zoiets simpels als een kussen kan werken!

Wat wel belangrijk is, is dat het aanbod aan materialen divers is en dat de de leid(ste)rs/leerkrachten geen vaste opdracht erbij geven. Dus er wordt niet gezegd “Kom, we gaan een tunnel bouwen met deze buizen” maar de verbeelding van de kinderen krijgt de vrijheid “Hier heb je buizen. Kijk maar wat je ermee wilt doen”.

Creatieve activiteiten nemen zoals gezegd een belangrijke plaats in in de Reggio Emilia pedagogie. Zo is er op een Reggio kindercentrum altijd een atelier aanwezig waar de verschillende creatieve activiteiten ondernomen kunnen worden zoals o.a toneel, dans en verven. De kinderen worden tijdens deze activiteiten geheel volgens de filosofie vrij gelaten in de uitvoering. De rol van de volwassenen is het begeleiden van de kinderen in hun groei en het zorgen voor de meest gunstige condities om dat mogelijk te maken.

Niet beperken maar begeleiden (c) Srsck

Niet beperken maar begeleiden (c) Srsck

Op een Reggio Emilia kindercentrum is ook altijd een keuken aanwezig. Er wordt elke dag warm gekookt en de kinderen helpen soms zelf ook mee in de keuken. Zo krijgen ze elke dag gezonde en soms vrij exotische gerechten. Mijn zoontje kreeg vorige week een keer couscous en hummus en een keer quiche. Zo ontdekt bij telkens weer nieuwe smaken en voorlopig klaagt hij er niet om!

Nu moet ik  er wel erbij zeggen dat wat ik hier schets het oorspronkelijk idee uit 1945 in Italië is, er wordt wel in de praktijk van bepaalde zaken afgeweken afhankelijk van de situatie. Op de crèche van mijn kind krijgen ze bijvoorbeeld niet elke dag warme gerechten maar een of twee keer in de week week. Op de meeste kindercentra in Italië is het wel dagelijks.

Documenteer en onderzoek

In de Reggio Emilia aanpak worden veel gebeurtenissen en activiteiten van de kinderen gedocumenteerd. Dit wordt gedaan via eerder genoemde notities maar ook middels veel foto’s. Recente foto’s krijgen een zichtbare plek in de groepsruimten. Op deze manier kunnen kinderen (en natuurlijk ook de ouders) terugkijken op wat ze meegemaakt hebben.

Terugblikken om te "luisteren" (c) Srsck

Terugblikken om te “luisteren” (c) Srsck

Voor de leid(ste)rs/leerkrachten is het hebben van dit concreet beeldmateriaal handig om achteraf te kunnen terugblikken en analyseren. Het idee achter het analyseren en documenteren is dat de leid(ste)rs/leerkrachten de kinderen moeten leren kennen. Om te ontdekken wat een kind of een groep kinderen beweegt en wat ze op dat moment interesseert, moet je ze onderzoeken.

Door de foto’s (en soms video’s), het werk van de kinderen, de notities (gesprekken, bepaalde gebeurtenissen) bij elkaar te leggen krijg je ‘pedagogische documentatie’. Door deze documentatie goed te bestuderen en in goed overleg kunnen alle betrokkenen (kinderen, ouders, leerkrachtigen, de kunstenaar en de pedagoog) tot bruikbare informatie komen en hun werk reflecteren.

Italiaans onderzoek heeft uitgewezen dat wanneer de kinderen na 6 jaar Reggio Emilia naar de Italiaanse staatsschool gaan, dat zij dan opvallen door hun verbeeldingsvermogen en creativiteit. Ook is duidelijk geworden, volgens hetzelfde onderzoek, dat deze kinderen een sterk zelfgevoel hebben, goed kunnen samenwerken en openstaan voor ideeën van anderen. Dat lijkt mij in ieder geval een hele goede basis voor een kind.

Meer informatie over de Reggio Emilia benadering in Nederland kan worden verkregen via Stichting Pedagogiekontwikkeling 0-7.