In een paar stappen naar een strak industrieel interieur
Ik woon tegenwoordig tussen twee woningen in, of beter gezegd in twee woningen want ik verdeel mijn tijd tussen mijn eigen woning en die van mijn vriend. Zoals je weet wanneer je me al langer volgt, is mijn woning heel kleurrijk. Ik houd van een Boheems interieur, van stoffen, tapijten, gordijnen, rondingen (weg met hoeken), van bloemen, gekke beeldjes (tuinkabouters, reissouvenirs en E.T.-beeldjes, het is hier supervol), filmverwijzingen en kleur. Hoe feller, hoe beter. Het interieur van mijn vriend is alles behalve dat. Hij houdt juist van design meubels, stalen deuren, abstracte kunst, rustige kleurenpaletten en een clean interieur zonder overbodige spulletjes. Zijn inrichting leunt alleen nu op twee stijlen – industrieel enerzijds met strakke lijnen en zwarte accenten en natuur/terracotta/planten anderzijds. Hij wilt het geheel doortrekken naar een industriële design look en vroeg mij te helpen.
Ik vind dat superleuk want dan kan ik aan de slag met een make-over die eigenlijk niet bij mijn smaak past en dat is lekker uitdagend. Als voormalige styliste ken ik dat, werken binnen de kaders van de visie van een ander. Maar dan wel met mijn sausje eroverheen. Het eerste dat eruit gaat? Die terracotta muur!
Het doel van de make-over
Ok, aan het werk. Eerst bekijk ik waar het probleem ligt, wat is het doel van de make-over? Hij wilt minder drukte en conflicterende stijlen in zijn woonkamer en zoekt meer rust en eenheid in zijn interieur. Op dit moment zijn er een shitload aan planten in de woonkamer en één groene muur, dus de kleur groen is erg aanwezig. Niet je eerste keus voor een industriële look. Daarnaast heeft hij twee terracotta muren, die hij zalm noemt – maar hey, neem maar van mij aan, dit is geen zalm. Het is een soort van depressieve terracotta, dus geen intense kleur. En dat in combi met groen, de planten en de houten accenten trekt het geheel naar een gezellige natuurlijke look. Eigenlijk gebeurt er gewoon teveel. Geen duidelijke richting dus, en zonder richting geen rust.
Stap 1 is dus de terracotta eruit werken. Van terracotta naar design loft met een likje verf. Ik heb gekeken naar grijstinten, gebroken wit in allerlei varianten en kleuren als taupe maar dat maakt het geheel donker en verdrietig. Dus ja dat zou wel het meest voor de hand liggende zijn, maar daar ga ik niet voor. Ik vond de combi van grijs of taupe in combi met baksteen en hout te zwaar. Een industrieel interieur moet lucht houden, ruimtelijk aanvoelen.
Ik kwam uit op ijsblauw. De twee terracotta muren worden ijsblauw én de groene muur blijft! Dat ijsblauw zorgt er namelijk voor dat het groen alsnog industrieel aandoet. Bovendien is het een ruimtelijke combinatie én koele tinten versterken zwarte accenten. Industrieel is niet per se kaal of koud, het is wel keuzes maken én durven weglaten. De kleurencombinatie is daarnaast stijlvol en sereen, niet conflicterend en zorgt meteen voor meer rust en eenheid. Doel 1 in the pocket.
Tip: twijfel je over een kleur? Schilder een klein stukje muur, en bekijk het een paar dagen lang – het ziet er anders uit in de avond of overdag, met zon of met de lampen aan. Lang leve de testpotjes!
Metaal erin brengen
Er zegt niets meer industrieel dan metaal. Hij heeft een groot raampartij in zijn woonkamer. Verander de ramen en je verandert eigenlijk meteen de hele sfeer van de woonkamer. Ik keek naar steellook ramen, ideaal. Door het dunne profiel blijft er veel licht binnenkomen, wat een van de sterke punten is van zijn woning dus daar wil je niet aan komen natuurlijk. Maar het geeft wel meteen zo’n New Yorks loftgevoel. Speels maar strak. Afhankelijk van je woning, kun je ook kiezen voor steellook deuren. Dat vind ik persoonlijk erg mooi, maar het moet natuurlijk wel in je woning passen. Bij hem thuis is het eenvoudiger met de ramen te spelen, dan met de deuren.
Vind je dat een te grote verandering? Of past het niet in je budget? Kijk dan naar de kleine accessoires en details. Bij mijn vriend hangen er bijvoorbeeld spotjes, maar die zijn koperkleurig. Die gaan we vervangen door zwarte spots. Het zijn die kleine details die het verschil maken. Vervang bijvoorbeeld handgrepen door zwarte varianten. Het fijne ook van de koele kleuren waar we nu voor gaan, dus het ijsblauw, is dat zwarte accenten versterkt worden. De industriële stijl draait om eenvoud, materiaal en lijnen. Zoek de strakke lijnen op in je meubels en je accessoires. Zwarte lampen, ramen, deuren, schilderijlijsten (met een smalle rand!) etc werken als verbindende elementen in de gehele ruimte. Zelfs snoeren maken het verschil, gebruik dus wanneer mogelijk zwarte kabels in plaats van witte.
Accentkleur kiezen
Ok, hier is ‘mijn sausje’. Ik zocht namelijk naar een gedurfde accentkleur, een accentkleur als statement zeg maar. Ik kwam na lang wikken en wegen uit op kersenrood. Het is een krachtige kleur dus zorg er wel echt voor dat het maximaal 10% van je ruimte behelst. Meer wordt echt té overheersend. Ik wil het zelf laten terugkomen in de kussens op de bank, in de kunstwerken, eventueel in een bosje bloemen. Je kunt de 60-30-10 regel aanhouden. 60% basis, 30% ondersteunend en 10% statement.
Ik kies overigens bewust voor kersenrood en niet voor roest of bordeaux. Ik wil die ‘pit’ erin hebben. Kersenrood springt eruit, het contract is sterk. Het is helder en steekt lekker af tegen ijsblauw.
Aandacht voor materiaal
Een industriële look zit natuurlijk ook heel erg in de textuur. De materialen in je ruimte verdienen dus echt aandacht. Het huis van mijn vriend heeft al meerdere bakstenen muren, dus die gebruik ik als basis. Maar verder kun je werken met kurk/OSB, zwart staal, hout (niet teveel though, want dan kan het oubollig worden) en qua textiel wol in de winter of linnen in de zomer. Zoals gezegd heeft mijn vriend enorm veel planten. En die planten zitten in allerlei plantenbakken, van rotan plantenmanden tot bamboe plantenbakken. Dat soort natuurlijke materialen passen niet meer in zijn nieuwe interieur. Industrieel en natuur kan prima samen, urban jungle zeg maar, maar de gekozen materialen zijn hier extra belangrijk voor de balans. Strakke zwarte potten of nog leuker, betonnen potten, doen het hier goed bijvoorbeeld.
Een snufje design
Tijd om een snufje design toe te voegen. We hebben de kleuren aangepast, metaal toegevoegd, zwarte accenten, en gekeken naar de materialen. Nu kunnen we focussen op enkele statement pieces. Een groot kunstwerk werkt beter dan meerdere kleine. Dat geldt ook voor designstukken. Wat dacht je van een mooi groot sculptuur of één grote design plantenbak. Denk in eyecatchers. En vergeet niet dat design helemaal niet duur hoeft te zijn. Let op vorm, grootte en houd de ruimte open. Dat laatste is een kernmerk van industrieel en zorgt ervoor dat de statement stukken beter opvallen.
Is het doel bereikt?
Precies waar hij om vroeg. Ik heb met chatgpt een visual laten maken, waardoor hij kan zien hoe de ijsblauwe muur eruit zou zien in zijn woonkamer. Ik ben benieuwd naar zijn reactie. Ik denk wel dat ik dit ‘design loft’ plan aan hem voor kan leggen, want met deze wijzigingen krijgt je meer rust, meer samenhang, meer karakter, minder ruis en een echte industriële look. Zou ik zelf ooit zo minimalistisch wonen? Nee, dat niet, maar ik begrijp the appeal. De industriële design look heeft iets rustigs en stijlvols wat ik in mijn chaotische Boheems interieur nooit zal hebben.


Frédérique houdt van mimosa, van films, van de geur van gebakken knoflook, van de Middellandse Zee (‘haar’ zee want aan die zee is ze geboren), fotografie, musea, nachttreinen, haute couture en ze zou het liefst voor altijd in een hotel wonen.
