Regisseur Marjolein Busstra: ‘Ik ben niet bang om hier een standpunt in te nemen’
In Al-Eizariya op de bezette Westelijke Jordaanoever, runt de Palestijnse Manar samen met haar man Milad een Waldorfschool: House of Hope. Regisseur Marjolein Busstra werkte drie jaar lang aan een documentaire over Manar en de school. Haar documentaire House of Hope won onlangs de prijs voor Best International Feature Documentary op het prestigieuze festival Hot Docs in Toronto.
‘Waldorfonderwijs gaat over zachtheid, zelfontplooiing, jezelf mogen zijn. Ze creëren in school bijna een soort van baarmoeder met roze muren. Dat greep me als filmmaker meteen en ik wilde het terug laten komen in de beeldtaal van de film,’ zegt Marjolein Busstra.
Bij House of Hope leren, zingen en tekenen Palestijnse kinderen in kleine groepjes. De sfeer is er gemoedelijk. Menselijkheid, vrede, geweldloos verzet en kunst staan er centraal. In het Waldorfonderwijs is ruimte voor eigenheid en verbeelding tijdens de kindertijd belangrijk, net als aandacht voor hoofd, hart en handen, voor het denken en het voelen, voor het uiten van emoties. Een pedagogische insteek die juist op de bezette Westelijke Jordaanoever een scherpe lading krijgt. Hoop, zo laat de documentaire zien, moet dagelijks opnieuw bevochten worden.
Een school als veilige plek lijkt een open deur, maar in een periode waarin we zoveel aanvallen op scholen zien is het helemaal niet zo vanzelfsprekend. Had jouw documentaire over iedere school kunnen gaan?
‘Vanuit een filmmakerperspectief is het voor de beeldbouw heel dankbaar dat het een Waldorfschool betreft. Het helpt de twee werelden neer te zetten. In Waldorfonderwijs zit trauma-informed educatie besloten [kinderen helpen bij het helen van trauma’s, red.]. Daar hebben we het in Nederland zelden over, omdat het hier misschien minder vaak nodig is. Maar de manier waarop er les wordt gegeven, waarbij er de hele tijd tools worden aangereikt om je uit te drukken, of om te zeggen dat wat je voelt ok is, dat zit in het onderwijs ingesloten, bijvoorbeeld via de creatieve vakken. Zelfs de papiertjes waar de kinderen op tekenen moeten afgeknipt worden zodat ze rond zijn.’
Het contrast tussen binnen en buiten is onmiskenbaar. Binnen de schoolmuren is er kleur, muziek en rust terwijl de spanning en het geweld daarbuiten toenemen. Buiten dicteren controleposten, soldaten en de Israëlische bezetting het dagelijkse leven. Binnen mogen kinderen even echt kind zijn. In de documentaire zien we dat de dreiging die buiten heerst steeds zwaarder weegt voor Manar die haar idealen vasthoudt, terwijl ze haar leerlingen een gevoel van veiligheid en waardigheid probeert te geven. Elke schooldag die relatief ontspannen verloopt is in deze context een kleine daad van verzet.

In House of Hope toon je het dagelijkse leven, kinderen die spelen, gamen en naar school gaan. Je geeft daarmee Palestijnen een gezicht, in een periode waar dehumanisering in de media hoogtij viert. We zien geen namen, geen persoonlijke verhalen, maar statistieken en cijfers. Jij laat zien: het zijn gewoon mensen, gewoon kinderen. Stuurde je daarop aan?
‘Ja. Een goed voorbeeld daarvan is wanneer Manar en Milad hun zoon gedag zeggen ’s ochtends voordat hij naar school gaat. Het is heel gewoon, maar er zit altijd een ondertoon. Want hij moet zo meteen door een checkpoint. En dat wilde ik steeds laten zien: de stress eromheen.’
De kracht van de documentaire ligt in die subtiliteit. Marjolein Busstra laat de dagelijkse pijn zien van het leven onder de bezetting: het constant rekening houden met de checkpoints, dat Milad geen afscheid kon nemen van zijn stervende moeder door een wegafsluiting, de zorgen wanneer je kind naar school gaat, de tekeningen van de kinderen waar de trauma’s zo duidelijk in doorschijnen, het dilemma rondom het wel of niet krijgen van een kindje, dat ze toestemming moeten vragen om naar het strand te gaan. Kortom, wat Manar in de documentaire ‘het leven zonder vrijheid en zonder waardigheid’ noemt.
Bij de scène waarbij Manar huilt, wordt op een gegeven moment gezegd: ‘Palestijnse vrouwen huilen niet’. Manar komt in de documentaire over als een sterke vrouw. Dat staat haaks op het stereotype westerse mediabeeld van de passieve onderdrukte Arabische vrouw. Was het een bewuste keuze om dat beeld op die manier neer te zetten?
‘Het was geen bewuste keuze in de zin dat ik dacht: ik ga dit stereotype doorbreken. Manar is gewoon wie ze is. Maar die scène vind ik zo mooi omdat ze zo gelaagd is. Haar vriendin en collega Zain zegt: Palestijnse vrouwen huilen niet, we moeten als titanen zijn. En Manar antwoordt: huilen is onderdeel van het titaan zijn. Ze keert het van binnenuit om. Voor Manar is huilen geen zwakte, het is een voorwaarde om door te kunnen gaan. Het uiten van je gevoel zit helemaal in haar Waldorf filosofie. Ze past dat niet alleen toe op haar leerlingen, ze leeft het zelf. Wat me na screenings opvalt is hoe verrast mensen zijn, niet alleen door haar karakter maar soms ook door hoe ze eruitziet. Ze hadden zich blijkbaar iemand anders voorgesteld. Dat zegt meer over het beeld dat we hebben meegenomen, dan over Manar zelf. Palestijnse vrouwen zijn niet één type. Manar is daar een voorbeeld van, maar ze is zeker niet de uitzondering.’
Dit is geen onderwerp waar je zomaar in stapt. Wat bracht jou naar Al-Eizariya?
‘Ik richt me sowieso altijd al op mensenrechten, en vaak op vrouwen van ongeveer dezelfde leeftijd als ik. Ik vraag me dan af wat er zou gebeuren als ik in de schoenen van die vrouw zou staan. Het nature-nurture vraagstuk. Manar had ik achttien jaar geleden al ontmoet, tijdens een reis naar de West Bank in het kader van mijn werk als fotograaf. Toen vertelde ze dat ze vond dat mensen in het buitenland een verkeerd beeld hadden van Palestijnen en dat ze daar graag iets aan zou doen. We hebben daarna altijd contact gehouden.’
Marjolein was zelf ook verrast door de situatie tijdens deze eerste reis naar de bezette Palestijnse gebieden: ‘Het was erger dan ik dacht. Je hoort hier op school niets over de Nakba, de verdrijving van de Palestijnen. We hebben geleerd over de Jodenvervolging tijdens de Tweede Wereldoorlog, en dat toen Israël is gesticht. Eigenlijk is er nooit ter sprake gekomen wat er toen met de Palestijnen is gebeurd. Niet bij ons op school in ieder geval. Dat is eigenlijk heel gek toch?’
Je werkte samen met een Palestijnse crew en reisde tijdens het filmproces negen keer naar de Westelijke Jordaanoever. Hoe zat het met jullie veiligheid, maakte je je geen zorgen?
‘Het was echt stressvol. De cameraman die Palestijns-Nederlands is mocht niet via Israël reizen, terwijl hij een Nederlands paspoort heeft. Hij moest via Jordanië reizen en dan over land door naar de West Bank. Het was echt oppassen met kolonisten onderweg en de checkpoints waar hij soms urenlang gehurkt moest zitten. Ondertussen hoorden we over alle journalisten die werden vermoord in Gaza en op de West Bank. Het was echt eng’, vertelt Marjolein. ‘Ik mocht dan als witte blonde vrouw wel via Israël vliegen. Ik moest wel voorzichtig zijn dat ze mij niet stopten, want ze vragen wat je gaat doen en je wilt niet liegen. Als je daarop betrapt wordt, dan bestempelen ze jou als een security risk en dan kom je het land niet meer in.’

Jij hebt gekozen voor een puur observerende aanpak in House of Hope, als een vlieg op de muur, wat de film een intieme ingehouden blik geeft. Geen commentaar of interactie. Hoe moeilijk is dat als filmmaker?
‘Ik wilde graag een observerende film maken en dit onderwerp leende zich daarvoor. Ik ben geen Palestijn dus je moet heel goed nadenken over je positie. Het is extra goed in deze om er een observerende film van te maken, omdat mensen dan veel meer zichzelf vertellen’.
Je neemt wellicht ook minder een positie in op die manier, het is wat neutraler. Het is zo’n gevoelig onderwerp.
‘Dat gaat ook op een natuurlijke manier, maar ik ben niet bang om hier een standpunt in te nemen’
Je begon te filmen vóór 7 oktober 2023. Nu we weten wat we weten, voegt dit een extra dimensie toe. In de documentaire benadruk je het verschil tussen vóór en na 7 oktober, terwijl er wezenlijk niet veel verandert. Wat wil je daarmee aantonen?
‘Er veranderde natuurlijk wel wat, maar eigenlijk veranderde er in mijn originele plan juist niks. Het werd alleen wel urgenter, alles werd meer onder druk gezet. Het is natuurlijk heel belangrijk, dat zie je in de montage, dat je laat zien dat het voor 7 oktober al heel goed mis was daar, en niet pas na 7 oktober. Nee, er verandert vrij weinig, behalve dat het erger wordt. Manar en Milad waren echt verslagen. Zij hoopten dat hun kinderen een beter leven tegemoet zouden gaan – dat ze misschien verschil konden maken met hun school – die hoop was na 7 oktober helemaal de grond ingeboord.’
Laat je na de release van een film alles los of blijf je betrokken?
‘Nee, voor het maken van een film bouw je een relatie op, en je onderhoudt de relatie. Met Manar heb ik daarnaast ook een vriendschap. Het is moeilijk omdat je iemand ook moet filmen wanneer het niet goed gaat. Dat voelt gewoon niet goed, maar het moet wel. Dit is wat ik kan doen, deze documentaire maken.’
House of Hope biedt een zeldzaam menselijk perspectief op een gebied dat we vaak uitsluitend via het nieuws kennen. De documentaire stelt, zonder het hardop te benoemen, één vraag centraal: kan hoop blijven bestaan onder zulke zware omstandigheden?
De coproductie van 100% Film met Omroep ZWART en Philistine Films, ging in première tijdens IDFA 2025 en is nu te zien op NPO Start. Wil je bijdragen aan House of Hope? Dat kan hier.
